![]() |
Historievan hetFLENTROP OrgelReturn ![]() |
|||||||
Reeds in 1410 is in de geschiedschrijving sprake van een orgel. Breda was in die tijd het belangrijke hof van de Nassaus en een aanzienlijke handelsstad. In 1429 is bekend dat er werkzaamheden aan het orgel werden verricht door ene Mr. Jannes wt Brabant. Vanaf 1492 zijn ook de organisten van de kerk bekend.
In 1534 werd aan de zuidwestelijke zijwand, tegenover de in 1525 gebouwde kapel, een voor die tijd groot orgel gebouwd. Dit instrument vormt de basis van het huidige orgel. Waarschijnlijk door de grote stadsbrand in 1534 is het contract nooit geheel uitgevoerd. De bouwer van het orgel is niet bekend, maar alle tekenen wijzen in de richting van Hendrik Niehoff, de grote Brabantse orgelbouwer die het jaar daarvoor het orgel in de St. Jans kathedraal in 's-Hertogenbosch had voltooid. In ieder geval is de orgelkas uit 's-Hertogenbosch afkomstig. Een zeer bijzonder detail is de springlade van het orgel.
In 1536 levert Hans (Jan) Graurock uit Zutfen een positief, een klein orgeltje voor de begeleiding van de koorzang. Misschien heeft hij ook het grote orgel gebouwd. In de jaren 1543, 1546 en 1549 werkt de Bredase orgelbouwer Ysbrant Claeszone aan het instrument. Niet bekend is, welke stemmen hij aan het orgel heeft toegevoegd.
In 1566, voor de beeldenstorm, worden de pijpen uit het orgel genomen en opgeslagen in een kelder van het stadhuis. Mogelijkerwijs heeft men de grootste pijpen niet tijdig kunnen veiligstellen en zijn die verloren gegaan. Vervolgens wordt de kerk afwisselend katholiek en protestant, hetgeen de toestand van het orgel er niet beter op maakte.
In de periode tot 1693 worden er door diverse orgelmakers reparaties aan
het orgel verricht en uitbreidingen gemaakt. Totdat in 1693 Jacobus
Zeemans werd benoemd, die naast organist ook orgelmaker was .......
Zeemans heeft in Breda menig orgel geplaatst en in onderhoud gehad, zoals de
Grote Kerk (1710-1714), de Markendaalse Kerk (1711) en de R.K.-Schuilkerk
(1722). Ook in de omgeving van Breda leverde hij veel instrumenten (o.a.
Leur).
Na Zeeman's dood in 1744 wordt Johan Heinrich Hartmann Bätz, leerling van de beroemde Christiaan Mueller, benaderd voor een onderzoek en groot onderhoud van het orgel. In de roerige periode tot 1815 worden er wederom door diverse, onbekende orgelmakers aan het orgel gewerkt. Dan duikt in 1816 de naam C. van Oeckelen op in het archief, die een aantal herstellingen uitvoert. In 1843 wordt een opdracht tot herstel van het orgel verstrekt aan Maarschalkerweerd en Stulting.
In 1938 wordt, onder de stuwende kracht van de toenmalige organist Willem Mathlener, en onder toezicht van mr. A. Bouman van de Nederlandse Klokken- en Orgelraad, een restauratie uitgevoerd door H.W. Flentrop te Zaandam. Na de kerkrestauratie, die van 1904 tot 1956 duurde, is aan de firma D.A. Flentrop in Zaandam de opdracht vertrekt om een nieuwe orgel te bouwen, met gebruikmaking van zoveel mogelijk bestaand materiaal.
De huidige organist, Jaap Hillen, bracht een afgedankt antiek orgel (± 1760) uit Athis (België) naar Breda, waar het als Borstwerk (4e klavier) na restauratie werd ingebouwd.
In 1969 is dit instrument opgeleverd en is thans nog steeds in de Grote Kerk aanwezig. Het is een uniek instrument geworden dat tot ver over de grenzen bekend is. Het orgel telt thans 53 sprekende stemmen verdeeld over 4 manualen en pedaal en telt 3780 pijpen. De Hobo 8' van het Bovenwerk is van de orgelmaker Anneessens en afkomstig uit de voormalige R.K.-Kathedraal te Breda. De Schalmei 8' van het Bovenwerk is uit een orgel in Walshoutem afkomstig en rond 1750 gebouwd door J.B. le Picard.
Gegevens ontleend aan het boekje "Geschiedenis van het orgel in de Grote of Onze Lieve Vrouwe Kerk te Breda", beschreven door Lennart van den Ende.
© 1/96 QStone Services B.V. Breda. The Netherlands.